|

EIS 01
Eisen Ikeda (1790-1848)
Eisen werd in Edo, het huidige Tokyo,
geboren als zoon van een Kanô-schilder (kalligraaf). Eisen Ikeda,
ook wel Keisai Eisen genoemd, liet zich inspireren door de grote
kunstenaar Hokusai, en vooral door Kikugawa Eizan. De laatste wordt
als zijn directe leermeester beschouwd. Naar eigen zeggen leidde
Eisen een losbandig leven, vol drank en vrouwen. Hoewel het onder
Ukiyo-e kunstenaars gebruikelijk was op te scheppen over hun ruige
levensstijl, schijnt Eisen er toch echt aardig op los geleefd te
hebben. Hij beheerde zelfs korte tijd zijn eigen bordeel. Eisen
heeft prachtige landschappen en erotische prenten gemaakt, maar werd
het bekendst met zijn bijinga, portetten van mooie vrouwen. De
okubi-e, portretten met grote hoofden, werden zijn handelsmerk. Ze
worden beschouwd als hoogtepunten van de Bunsei periode (1818-1830).
De schoonheden, veelal courtisanes, werden realistisch, meestal nors
kijkend, afgebeeld. Ze zijn voluptueuzer en krachtiger dan
bijvoorbeeld de bekende slanke vrouwen van Kitagawa Utamaro, maar
hebben een ongekend sensuele uitstraling. De kimono’s, waarin de
dames zijn gehuld, zijn fantastisch en zeer rijk gedecoreerd. Dit
geldt vooral voor de obi, de brede ceintuur. De dure kimono was
meestal een geschenk van een tevreden, welgestelde klant, en gold
als teken van een geslaagde carrière in Edo’s beroemde wijken van
lichte zeden.
|

HOK 01
Katsushika Hokusai (1760-1849) Hokusai
behoort tot de bekendste, meest innovatieve, en met 30.000 ontwerpen
meest productieve ukyio-e kunstenaars. Al jong leerde hij zichzelf
de beginselen van het houtblok snijden. In zijn eerste baan in een
boekenverhuur winkel nam hij de kans waar allerlei plaatjes na te
tekenen. Op zijn 19e kon hij gaan werken in de vermaarde studio van
Katsukawa Shunsko, die zich specialiseerde in portretten van
populaire acteurs. Na 13 jaar vertrok de eigenwijze Hokusai met
ruzie bij de studio. Berooid en met een ongelukkig privé-leven, maar
bezeten van het tekenen, bestudeerde hij de technieken van andere
studio’s. Ook analyseerde hij de westerse prentkunst, die hij leerde
kennen via de Nederlandse handelsvestiging in Nagasaki. Hij trok
rusteloos rond, en veranderde vele malen zijn kunstenaarsnaam Rond
zijn veertigste noemde hij zich uiteindelijk Hokusai. Hij richtte
zich meer en meer op de landschapskunst. Zijn schetsboeken
publiceerde hij in 12 delen. Pas na zijn zestigste levensjaar maakte
hij zijn bekendste werken, waaronder de Fagaku Sanjurokkei, 36
Gezichten op de Berg Fuyi, en Shokoku Taki Meguri, De Reis naar de
Watervallen. De Gakyo-rojin, de gekke schilder, zoals hij zichzelf
noemde, bleef tot in de tachtig productief. Hij zou op zijn sterfbed
hebben gezegd: “Als me nog vijf jaar gegund zijn, zal ik zeker een
echte kunstenaar worden”. |

KAI 01
Kaigetsudo Ando (1671-1743)
Het werk van Kaigetsudo Ando is in vele opzichten
bepalend geweest voor het gezicht van de latere Japanse prentkunst.
Hoewel hij zelf slechts nikuhitsuga, originele schilderingen, heeft
gemaakt, herkent men in de lijnvoering en compositie al de stijl van
de latere, beroemde kunstenaars. Zelf wordt Kaigetsudo Ando
beschouwd als de bekendste volgeling van Hishikawa Moronobu, de
aartsvader van de ukiyo-e. Kaigetsudo Ando heette eigenlijk Okazaki
Genshichi. Hij ontleende zijn naam als kunstenaar aan de naam van de
studio, die hij in Edo beheerde. Op korte afstand van de studio
bevond zich de wijk Yoshiwara. Kaigetsudo was de eerste die de daar
wonende chique courtisanes tot onderwerp koos. Dit maakte hem op
slag beroemd, en de Kaigetsudo-school zou uitgroeien tot een begrip
in de Japanse schilder- en prentkunst. De trotse vrouwen werden
majestueus afgebeeld, met de nadruk op hun schitterende kimono’s.
Zoals in de Japanse cultuur de kimono als zelfstandig kunstwerk
wordt beschouwd, zijn op de schilderijen de decoraties op de
kimono’s een kunstwerk op zich. Aan de succesvolle carrière van
Kaigetsudo kwam in 1714 een abrupt einde door de vermeende
betrokkenheid van de kunstnaar bij een schandaal aan het hof van de
shogun. Een van de hofdames, Ejima, had een affaire met een knappe,
jonge acteur. Toen dit aan het licht kwam werd het overspelige
tweetal, met tientallen mensen uit hun omgeving, waaronder de
beroemde kunstnaar, uit Edo verbannen.
|
|
Utagawa Kuniyoshi (1797-1861)
Als zoon van een eenvoudige zijdeverver kwam
de getalenteerde Yoshisaburo al jong in de leer in de vermaarde
studio van Toyokuni Utagawa, waar hij zijn kunstenaarsnaam Kuniyoshi
kreeg. Na een moeizame start als onafhankelijk kunstenaar brak hij
door met zijn serie “De 108 Helden van de Suikoden”, gebaseerd op
een populaire Chinese vertelling uit de veertiende eeuw. Hij
ontwikkelde zich tot de bekendste portrettist van helden en
krijgers. De Trouwe Samurai (1847-1848) De serie Seishu Gishi Den,
portretten van 47 Ronin, Samurai zonder meester, is gebaseerd op een
waar heldenverhaal: In 1701 werd de heer Asano van Ako geprovoceerd
door Kira, de arrogante kamerheer van de shogun. Asano verloor zijn
zelfbeheersing, verwondde Kira en werd gedwongen ceremonieel
zelfmoord te plegen. 47 trouwe Samurai zonnen een jaar lang op
wraak. Uiteindelijk werd Kira’s huis bestormd, en Kira werd
onthoofd. Alle 47 Samurai werden gedwongen seppuku te plegen. Ze
stierven als helden van het volk, en het bloedstollend spannende
verhaal werd vele malen nagespeeld in het Kabuki theather. |
|

KU 01 KUNIYUSHI
Gyokukirin Roshungi
Gyokukirin is een rijk man uit Peking en een
geoefende strijder. Hij wordt via ingewikkelde intriges, waaronder
een valse toekomstvoorspelling, betrokken bij de heldhaftige strijd. |

KU 02 KUNIYUSHI
Mase Chudayu Masa-aki
Na de dood van zijn heer vestigde Masa-aki zich
onder valse naam als arts. Hij was reeds 62 jaar oud, maar vocht als
een leeuw bij de bestorming van Kira’s huis. Het maakte hem tot een
van de meest gerespecteerde helden. |

KU 03 KUNIYUSHI
Chiba Sabrohei Mitsutada
Chiba Mitsutada was het type “ruwe bolster, blanke
pit”. Hoewel hij al eerder een ronin was geworden, besloot hij toch
de dood van zijn vroegere heer te wreken. Onder valse naam trainde
hij thuis krijgers, vooral in het boogschieten.
|