|
Graficus, schilder en theoreticus, die een belangrijke schakel vormde
tussen de noord en zuid Europese kunst, en gezien wordt als de grondlegger
van de Duitse hoogrenaissance.Als zoon van een Neurenbergse goudsmid
bekwaamde Dürer zich al vroeg in allerlei kunstnijverheidstechnieken. Op
zijn vijftiende ging hij voor vier jaar in de leer bij de, destijds
bekende, schilder en graficus Michael Wolgemut. Hij werkte in diens
atelier aan altaarschilderingen, ontwerpen voor glasschilderkunst en
houtsneden voor boekillustraties. In 1490 vertrok de jonge kunstnaar,
zoals destijds gebruikelijk, voor een grote reis. Hij verbleef langere
tijd in Bazel, waar hij opdrachten voor boekillustraties uitvoerde en zich
de verfijnde technieken van het kopergraveren en etsen eigen maakte. Na
vier jaar keerde hij terug naar huis en trouwde met Agnes Fey. Het door
zijn vader gearrangeerde huwelijk bleef kinderloos. Op de vlucht voor de
pestepidemie vertrok hij alweer snel, dit keer naar Italië. Hij maakte
daar kennis met de compositieleer, het wonderlijke perspectief en het
kleurgebruik van de bloeiende Italiaanse renaissance schilderkunst. De
gebroeders Bellini leerde hij er persoonlijk kennen. Terug in zijn
geboortestad stichtte hij zijn eigen atelier en verhandelde zijn eigen
gravures en etsen. Geheel in de traditie van de renaissance verdiepte hij
zich als “homo universalis” in de wetenschap en schreef hij theoretische
verhandelingen over de kunsten.Hij verkeerde in kringen van
vooruitstrevende humanistische geleerden en werd een vooraanstaand burger
van de invloedrijke vrije Rijksstad Neurenberg. Van keizer Maximiliaan
aanvaarde Dürer eervolle opdrachten, en ontving hij een ruime jaarlijkse
toelage. Zijn laatste grote reis voerde hem naar de Nederlanden. Terug in
Neurenberg schilderde hij zijn belangrijkste portretten en schreef hij
theoretische werken over de leer van het meten, het perspectief en de
verhoudingen. In 1528 stierf hij na een zeer productief leven, erkend als
grootste Duitse kunstenaar van zijn tijd. Als schakel tussen de noord en
zuid Europese wordt hij de grondlegger van de Duitse hoogrenaissance.
|
Hände eines Apostel
(1508)
Dürer ontving in 1507
van de welgestelde koopman Jacob Heller de opdracht voor het
schilderen van een drieluik voor het altaar van de Dominicaner kerk in
Frankfurt, met als thema de ten hemel opneming van Maria. Het
“Helleraltaar” werd al snel zo beroemd, dat keurvorst Maximiliaan van
Beieren het middenpaneel liet toevoegen aan zijn eigen kunstcollectie.
Het paneel ging in 1729 door brand verloren, maar ruim twintig
voorstudies zijn bewaard gebleven. De “biddende handen van een
apostel” is daarvan de bekendste. |
 |
|