|
De magistrale politieke en sociale
karikaturist uit het roerige Parijs van de 19-de eeuw. De Franse
schilder, lithograaf en bovenal karikaturist Daumier wordt in Marseille
als zoon van een glazenier geboren. Het arme gezin verhuist al snel naar
Parijs, waar de rusteloze en onzekere Honoré enkele lessen volgt aan de
Académie Suisse en later in het atelier van Boudoir. De uitgever Ricourt
herkent als eerste de kracht van zijn karikaturale litho’s. Tijdens het
juli-oproer van 1830 koestert de jonge Daumier sterke republikeinse
sympathieën. De publicatie van zijn spotprenten van de “burgerkoning”
Louis-Philipe komt hem op een half jaar cel in de Ste Pélagie te staan.
In 1835 raakt hij in brede republikeinse kring bekend met zijn
clair-obscur litho’s, waaronder het beroemde Rue Transnonain, le 15
avril 1834. Hij tekent met groot vakmanschap de harde realiteit van de
sociale ongelijkheid, hetgeen hem de waardering oplevert van Baudelaire
en zelfs Ingres. Vanaf die tijd tekent hij duizenden litho’s voor het
sociaal satirische dagblad “Le Charivari”. De onderschriften bij vele
van zijn tekeningen worden hem vooral ingefluisterd door zijn uitgever
Philipon. Daumier hecht er zelf weinig waarde aan en concentreert zich
op de expressiviteit van zijn werk. Nu hij eindelijk enige financiële
zekerheid heeft trouwt hij de jonge Didine, waarmee hij de rest van zijn
leven zal delen. Het echtpaar vestigt zich op het Isle St. Louis, een
wijk met een sterk intellectueel bohémien karakter. Tijdens zijn leven
verandert de politieke constitutie van Frankrijk keer op keer radicaal,
en telkens weer bekritiseert Daumier de veranderingen vanuit een
cynisch, maar egalitair republikeins gezichtspunt. De politieke censuur
dwingt hem zich vanaf 1835 te beperken tot kritiek op het sociale leven.
Slechts in de drie jaar direct na de revolutie van 1848 is hij vrij zijn
satirische pijlen weer te richten op de politiek. Dan creëert hij de
onsterfelijke types Robert Macaire en Patapoil. Na een bewogen leven vol
politieke verontwaardiging en strijdlust, armoede en ondergewaardeerde
artistieke aspiraties trekt hij zich in 1871 terug in Valmondois. Door
zijn teruglopende gezichtsvermogen komt hij er niet meer aan werken toe. |