|

JB 16
BLAUWE FLUITVOGEL
Blauwe fluitspeler Links op het middenpaneel van
het drieluik Het Laatste Oordeel luistert een vrolijk blauw schepsel
het gruwelijke schouwspel op met zijn muziek. Hij symboliseert de
losbandigheid, die ertoe geleid heeft dat velen op de Dag des
Oordeels niet opgenomen worden in de hemel. |

JB 17
HARIG MONSTER
Gedrocht met baard Op het middenpaneel van het
drieluik Het Laatste Oordeel staat een bebaarde “rillo”, een
gedrocht met louter hoofd en benen. Dit creatuur is door Bosch
bovendien getooid met de staart van een reptiel. Hij beziet met
angstige blik de vleesmolen, waar zondaars op de Dag des Oordeels
door worden gedraaid.
|

JB 18
TORENVOGEL
De Verzoeking van de Heilige Antonius De
toeschrijving van dit paneel aan Jheronimus Bosch wordt betwist. Het
dateert weliswaar uit zijn tijd, maar is mogelijk gemaakt door een
andere noord-Nederlandse schilder. In dit verband wordt wel de naam
van Geertgen tot Sint Jans genoemd. Ondanks de bedreigingen rondom
hem, zit de kluizenaar onverstoorbaar in contemplatie. Zelfs zijn
varken lijkt niet onder de indruk van het merkwaardige
kasteelmonster dat hem aanvalt.
|
|

JB 19
KREATUUR MET DEGEN
Dikbuik met
dolk Op het rechterpaneel van het drieluik De Verzoeking van de
Heilige Antonius keert de devote heilige zijn hoofd af van de naakte
duivelkoningin en haar hofhouding. Zijn blik richt zich op de
gedekte tafel, als symbool voor de gulzigheid. De dolk in de dikke
buik van het schepsel ernaast toont de gevolgen van onmatigheid. |
|

JB 20
VLIEGENDE MONNIK
Sint Antonius op
vliegende kikker Op het linkerpaneel van het drieluik De Verzoeking
van de Heilige Antonius wordt Antonius weggedragen nadat hij door
duivels is mishandeld. In het heiligenverhaal wordt hij daarna
nogmaals overvallen, en door de duivels hoog de lucht in geslingerd.
De arme Antonius ligt hier biddend op een vliegende kikker, terwijl
hij door duivels in wolfskleren wordt belaagd. De kikker komt als
androgyn symbool meermalen voor op het schilderij. |