De
renaissanceschilder Arcimboldo werkte aanvankelijk net als zijn vader als
schilder aan de kathedraal van Milaan. De Habsburgse keizer Ferdinand I
ontbood hem in 1562 aan het hof in Praag. Ook de opvolgers van Ferdinand,
Maximiliaan II en Rudolph II, waren zeer gecharmeerd van Arcimboldo’s
fantastische talenten. Hij bleef tot kort voor zijn dood aan het hof als
schilder, maar ook als architect, ontwerper van bizarre kostuums en decors
en organisator van grote festiviteiten en toernooien. Zijn werk werd in
ambachtelijk en kunstzinnig opzicht zeer gewaardeerd, en het excentrieke,
soms komische aspect vormde wellicht een welkome afwisseling van de harde
politieke realiteit van alledag. Arcimboldo heeft zijn hedendaagse
bekendheid te danken aan de artistieke uitvinding van het
compositieportret. Al direct na aankomst op het Habsburgse hof schilderde
hij er de eerste versie van De Vier Seizoenen – portretten, samengesteld
uit bloemen, fruit, takken en bladeren. |