|
ENGELEN De aankondiging aan Maria van de geboorte van Jezus door
aartsengel Gabriël kenmerkt de rol van de engel: de "Angelos", de hemelse
boodschapper, een geloofwaardige verkondiger van Gods wil, daar waar
profeten dikwijls niet gehoord worden. Buiten werkuren houden engelen zich
bezig met het, in grote getale, bezingen van Gods glorie. In de beeldende
kunst begeleiden ze zich daarbij op hemelse instrumenten. In het vroege
Hebreeuwse geloof zijn engelen stoffelijk, en mengen zich tussen de
mensen, waar ze pas herkend worden wanneer ze hunboodschap uitspreken. In
de laatste eeuw voor Christus verliezen ze hun lichamelijkheid, en worden
ze spirituele wezens, die slechts op etherische wijze hun bestaan aan de
mens kenbaar kunnen maken.Er ontstaat dan een levendige engelencultus, die
tot uitdrukking komt in de Joodse apocriefe werken. De gevleugelde engel,
zoals wij die kennen, ontstaat in de vierde eeuw, naar analogie van
gevleugelde figuren uit de klassieke oudheid zoals Nike. In de
middeleeuwen worden de engelen hiërarchisch gerangschikt in negen "koren",
te beginnen met de Seraphijnen (in liefde het dichtst bij God), gevolgd
door de Cherubijnen (ingewijden in Gods geheim) en de Tronen (kenners van
Gods schepping). Na de Heerschappijen, Machten en Krachten komen de
Overheden en de Aartsengelen, die de belangrijkste boodschappen brengen.
De gewone engelen kondigen de minder belangrijke dingen aan. Een aparte
categorie wordt gevormd door de beschermengelen, die de mens bijstaan in
het maken van de juiste keuzes in het aardse bestaan. "Putti" maken
evenmin deel uit van de "koren". Deze mollige engelen zijn pas ontstaan in
de renaissance, geïnspireerd op klassieke mythologische voorstellingen. De
putto illustreert hoe de onstoffelijke engelen in de kunstgeschiedenis
vele verschijningsvormen kennen, gebaseerd op heersende religieuze
overtuigingen en op de kunstzinnige smaak van de betreffende periode.
|