Door
zijn handicap, hij liep mank, en zijn kleine postuur was de traditionele
militaire carrière niet weggelegd voor de jonge graaf Henri
Toulouse-Lautrec. Zijn ouders onderkenden echter al vroeg zijn tekentalent
en gunden hem een artistieke opleiding. Na een romantisch-academische
leerfase voelde Henri zich al snel aangetrokken door het Parijse
stadsleven en haar avant-gardisten als Cézanne en vooral Degas. Hij voelde
zich thuis in Montmartre, met zijn humor en ironie van het fin-de-siècle,
en zijn feesten en verkleedpartijen. Voor bar-cabaret "Le Mirliton" van
zanger Aristide Bruant maakte hij als vaste klant muurschilderingen en
tijdschriftomslagen. Het was echter het affiche voor le Moulin Rouge dat
hem in 1891 op slag beroemd maakte. Zijn composities, met onverwacht
perspectief en radicale uitsnedes, voerde hij uit in contrasterende
kleurvlakken en een joyeuze lijnvoering. Na enkele zeer productieve jaren
leek Toulouse-Lautrec de grip op zijn leven te verliezen. In 1893 trouwde
zijn vriend en huisgenoot dr. Bourges en moest hij voor het eerst op eigen
benen staan. De alcohol nam meer en meer bezit van zijn leven, en hij werd
wereldvreemd en paranoïde. Een korte opname in een psychiatrische kliniek
in 1899 mocht niet meer baten, en hij stierf twee jaar later op 36-jarige
leeftijd in zijn ouderlijk huis, het Chateau de Malrome in Albi.
|